| Persberichten... | Kamervragen en
antwoorden Vragen begroting Min.Def. 2004 |
|
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2004
Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 3 oktober 2003
68, 128, 130, 131, 133 en 136
Waarom houdt de regering onderzeeboten aan als er binnen de NAVO een overschot aan deze middelen is vastgesteld en de IBO heeft geadviseerd deze af te stoten, terwijl de regering een reductie doorvoert in moderne, breed inzetbare «multi role» F-16 jachtvliegtuigen waaraan binnen de NAVO een tekort bestaat?
Wat is de suggestie van het IBO ten aanzien van de onderzeeboten?
Kan de regering nader aangeven waarom zij deze suggestie niet heeft overgenomen?
Waarom houdt de regering, in weerwil van de NAVO-analyse dat er teveel onderzeeboten zijn, toch vast aan de instandhouding van de onderzeebootdienst? Waarom wordt hier zo nadrukkelijk afgeweken van de beleidslijn dat de NAVO-analyse bepalend moet zijn voor de te maken keuzes? Waarom worden andere hypermoderne middelen met een nog aanzienlijke levensduur wel afgestoten terwijl de onderzeeboten worden gehandhaafd met het argument dat zij modern zijn en nog een aanzienlijke levensduur hebben?
In welk opzicht onderscheiden Nederlandse onderzeeboten (de Walrusklasse) zich in kwalitatief opzicht van andere onderzeeboten binnen het bondgenootschappelijk arsenaal?
Wat zijn de jaarlijkse exploitatiekosten van de vier Nederlandse dieselonderzeeboten? Welke andere NAVO-landen hebben onderzeeboten die ingezet kunnen worden voor tactische en strategische inlichtingen? Als deze onderzeeboten zo belangrijk zijn voor tactische en strategische inlichtingen, waarom hebben de Engelsen en de Fransen deze dieselboten niet? Willen deze twee landen afhankelijk zijn van Nederlandse inlichtingen?
Het IBO suggereert de opheffing van de onderzeedienst. De regering heeft daar niet voor gekozen. Verschillende middelen voor militair-operationele capaciteiten worden in aantal verminderd onder gelijktijdige «upgrading» van de resterende aantallen, of worden afgestoten omdat er alternatieve middelen zijn of komen om de operationele functionaliteit (doelmatiger) in te vullen. Voor het ongezien opereren onder het wateroppervlak bestaan nog geen alternatieve middelen.
In de DRR03 is geconcludeerd dat de totale behoefte van de Navo aan onderzeeboten daalt. In de DRR wordt geen nader onderscheid gemaakt tussen kleine en grotere conventionele onderzeeboten. In de Prinsjesdagbrief is uiteengezet dat naast de kwantitatieve aspecten van de DRR ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de keuzes die Defensie heeft gemaakt.
Er blijft, ook binnen de Navo, behoefte aan onderzeeboten bestaan vanwege hun unieke karaktereigenschappen. Onderzeeboten hebben de grootste slagkracht tegen oppervlakteschepen en andere onderzeeboten. Voor transport en militaire operaties (ter beïnvloeding van de situatie op land) is het vrije gebruik van de zee een voorwaarde. Vanwege de onzichtbaarheid beïnvloedt ook het dreigen met de inzet van de onderzeeboot het handelen van de tegenstander. Onderzeeboten zijn als enige (maritieme) platform in staat tot het verzamelen en doorgeven van gecorreleerde informatie van verschillende sensoren (visueel, akoestisch, elektromagnetisch) zonder dat de geobserveerde daarvan op de hoogte is. De Nederlandse onderzeeboten zijn een veelgevraagd middel voor crisisbeheersings- en inlichtingenoperaties. De Walrusklasse voorziet ook in een belangrijk deel van de nationale inlichtingenbehoefte. Daarnaast zijn zij inzetbaar voor speciale operaties waaronder het ongezien afzetten van speciale eenheden. Door de onzichtbaarheid van onderzeeboten kan geopereerd worden in gebieden die voor andere (maritieme) eenheden gesloten zijn.
De DRR03 stelt een behoefte aan onderzeeboten met een hoge gereedheid, die overal ter wereld langdurig en zonder ondersteuning kunnen opereren tijdens de missie hun taken kunnen aanpassen: zij moeten, kortom, expeditionair zijn. Dit vertaalt zich fysiek in actieradius, tonnage een uitgebreid sensor- en wapenpakket en hoge geoefendheid. De Nederlandse onderzeeboten hebben als geen andere conventionele onderzeeboten deze expeditionaire eigenschappen. Uit een vergelijking met bondgenootschappelijk conventionele onderzeeboten blijkt dat driekwart kleiner is, minder actieradius heeft en ouder is dan de Nederlandse boten. Zij hebben niet hetzelfde voortzettingsvermogen en dezelfde slagkracht of zij zijn niet algemeen inzetbaar, vooral niet in tropische wateren. In de Navo-planning wordt een behoefte gedefinieerd van drie. Dit komt overeen met wat Nederland onafgebroken met de vier boten kan leveren. De direct aan de onderzeedienst toe te rekenen uitgaven betreffen ! 23,5 miljoen per jaar.
De erkenning van de Nederlandse capaciteiten blijkt ook uit de internationale vraag naar opleidingsplaatsen voor de commandantenopleiding, waaraan doorgaans Amerikaanse, Canadese, Australische en Deense officieren deelnemen. De inhoud en de kwaliteit van de opleiding worden in overleg met de Britse en Amerikaanse marines vastgesteld. Met beide landen wordt reeds 25 jaar intensief samengewerkt op het gebied van surveillance.
Engeland en Frankrijk hebben in de jaren negentig onder financiële druk besloten om zich te concentreren op nucleaire onderzeeboten. Overigens wordt in alle landen die uitsluitend met nucleaire onderzeeboten opereren met enige regelmaat de discussie gevoerd om (ook) conventionele onderzeeboten aan te schaffen.
Gezien de kwaliteit van de onderzeedienst staat de Navo niet de afbouw van juist de Nederlandse onderzeedienst voor ogen. Het ligt daarom niet in de rede om door middel van de afstoting van Nederlandse onderzeeboten een bijdrage te leveren aan de door de Navo beoogde reductie. De regering hecht.
83
Kan de regering een overzicht verstrekken van de punten waarbij de regeringafwijkt van de aanbevelingen uit IBO-rapport?
Er zijn diverse overeenkomsten tussen de IBO-opties en de Prinsjesdagbrief. In een aantal gevallen lopen wel de aantallen af te stoten systemen uiteen. Daarbij gaat het om fregatten, mijnenjagers, F-16 gevechtsvliegtuigen en de Apache gevechtshelikopters (IBO-optie gedeeltelijke afstoting). Tegelijkertijd wijst het kabinet verschillende IBO-opties van de hand. Daarbij gaat het om de volledige afstoting van de Apache gevechtshelikopters, de gedeeltelijke afstoting van de Orions en de pooling van Orions met Duitsland, de gedeeltelijke en volledige afstoting van de veldartillerie, de gedeeltelijke en de volledige afstoting van de tankbataljons, de afstoting van de RPV en de platte treinwagons, de stopzetting van de deelneming aan het MALE UAV project en de volledige afstoting van de onderzeedienst. IBO- ntensiveringsopties waar de regering van afwijkt, betreffen het uitrusten van enkele Cougars met CSAR- apaciteit, de oprichting van een extra ISTAR-bataljon, het volledig paraat stellen van het derde mariniersbataljon, de uitrusting van Orions met AGS-capaciteit en de overname van 3 Patriot-systemen van Duitsland. Ten slotte zijn de IBO-aanbevelingen inzake de samenstelling van de luchttransportvloot, de vervanging van Cougars door NH-90 helikopters, concentratie van helikopters op één basis en de plaatsing van kruisvluchtwapens op LCF-fregatten, nog onderwerp van studie.
Click here for the complete text.
| Do you have any comments, corrections, additions or do you have material like stories, photos or other data available for this or any other page on this website? Then please do not hesitate to contact us at webmaster@dutchsubmarines.com |
|
|
Home | Classes | Boats | Tenders | News | Export |
|
| R&D | Men | Books | Pictures | Links | |||
| Models | M-media | Specials | Forum | Search | Help US ! | ||
| Copyright © 1997-2006 - Design and content DutchSubmarines.com | |||||||