| Persberichten... | Kamer vragen Antwoorden op Kamervragen over de Hoofdlijnennotitie |
Aan: de Voorzitter van de Staten-Generaal
I.a.a.: de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-GeneraalDatum 12 april 1999
Hierbij bieden wij U de antwoorden aan op de schriftelijke vragen over de Hoofdlijnennotitie, die wij op 11 maart jl. ontvingen.
De antwoorden die betrekking hebben op de internationale aspecten van het defensiebeleid komen voor de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie.
De Minister van Defensie: mr. F.H.G de Grave
De Minister van Buitenlandszaken: J.J. van Aartsen
De Staatssecretaris van Defensie: H.A.L. van Hoof
143.
Welke operationele redenen bestaan er, in het licht van de analyse van de veiligheidssituatie en de keuze voor crisisbeheersing als kerntaak van het Defensiebeleid, om de Onderzeebootbestrijdingstaak te behouden? (pag. 23)
De onderzeebootbestrijdingstaak is primair een defensieve taak. Gezien het vermogen om onzichtbaar te opereren en de beperkte opsporingsmogelijkheden is de onderzeeboot een belangrijke dreiging ter zee. Daarom moeten alle militaire eenheden op zee in staat zijn zichzelf tegen een onderzeeboot te beschermen. Ook koopvaardijschepen moeten tegen deze dreiging beschermd worden. Met deze taken is de Onderzeedienst belast.
147.
Waarom hebben de veranderde veiligheidsomstandigheden -in tegenstelling tot de taak van de marine patrouillevliegtuigen- geen invloed op de omvang van een Onderzeedienst, die is afgestemd op de periode van de Koude Oorlog? Waarom wordt bij de Onderzeedienst wel rekening gehouden met kapitaalvernietiging en bij de Leopard 2 niet? (pag. 23)
151
Wat is er tegen kapitaalvernietiging van materiaal dat niet meer nodig is? Is het in bedrijf houden van overbodige kapitaalgoederen uiteindelijk geen grotere vernietiging? (pag. 23)
De onderzeedienst met haar vier onderzeeboten is een integraal onderdeel van de Koninklijke marine. Onderzeeboten zijn, al dan niet in combinatie met vlooteenheden, van belang in vrijwel alle maritieme scenario´s. Het afstoten van de onderzeedienst betekent dat steeds een beroep op een bondgenoot moet worden gedaan zonder dat er een garantie is dat deze de benodigde capaciteit kan leveren. In de Hoofdlijnennotitie is ervoor gekozen de taak van de onderzeedienst niet af te stoten. Voorts is in de Hoofdlijnennotitie in algemene zin gesteld dat kapitaalvernietiging een criterium is dat wordt meegewogen bij het vraagstuk van taakspecialisatie. Als een taak volledig zou worden beëindigd en het materieel dus niet meer nodig is, zal in beginsel altijd worden overgegaan tot afstoting van het desbetreffende materieel.
153.
Wat zijn de taken van de Onderzeedienst in toekomstige vredesmissies en wat zijn de kosten voor het instandhouden van zo'n onderzeedienst? Hoeveel zou het ministerie besparen door de Onderzeedienst op te heffen? Hoeveel zouden de onderzeeboten bij verkoop opbrengen? (pag. 23)
154.
Nu de taak van maritieme patrouillevliegtuigen bij de onderzeebootbestrijding boven de Atlantische oceaan aanzienlijk is verminderd, is het dan niet mogelijk de MLD op te heffen? Zo nee, waarom niet, welke (nieuwe) taken heeft/krijgt de MLD en rechtvaardigt dat het behoud van tien maritieme patrouillevliegtuigen? (pag. 23)
157.
Bij de bespreking van internationale taakspecialisatie worden grote bezwaren genoemd tegen het opheffen van de Onderzeedienst en de MLD of het voorstellen van andere drastische ingrepen in de operationele capaciteit van de krijgsmacht. Bij de bespreking van de Koninklijke marine blijft het specifieke belang van behoud van de Onderzeedienst onbesproken. Kan de regering een overzicht geven van het belang van de Onderzeedienst, waarin ook wordt ingegaan op huidige taken van de Nederlandse onderzeeboten, hun daadwerkelijke inzet bij crisisbeheersingsoperaties, de mogelijkheden om bondgenootschappelijke onderzeeboten in te huren als oefenobject alsmede de financiële consequenties van het eventueel opheffen van de Onderzeedienst? Wanneer zouden investeringskosten moeten worden gemaakt ten behoeve van modernisering en vervanging van de huidige Nederlandse onderzeeboten? Kan een overzicht worden gegeven van de proliferatie sinds 1989 van onderzeeboten in de wereld?
164.
Wanneer dient te worden beslist over een eventuele midlife update van de boten in de Walrusklasse? (pag. 24)
170.
Sinds de Nederlandse krijgsmacht in 1993 crisisbeheersing, vredeshandhaving en hulpverlening als hoofdtaak kreeg, is ingrijpen door zwaargewapende land- en/of luchtstrijdkrachten noodzakelijk gebleken. De Koninklijke marine werd ingezet in Cambodja en Bosnië, maar de mariniers deden dienst als infanterie, en voerden dus een taak uit van de Koninklijke landmacht. Verder is een enkele keer gepatrouilleerd ter controle van de naleving van embargo's. Wat is de rol van de Koninklijke marine (in internationaal verband) precies bij vredesoperaties? Wat is de rol in het bijzonder van de onderzeebootvloot? In hoeverre, gezien bovenstaand, is het behoud van de huidige 16 fregatten gerechtvaardigd? Waarom worden er maar 3 Orions afgestoten van de Marineluchtvaartdienst, gezien het huidige accent binnen internationale vredesoperaties dat veel meer gericht is op landoperaties? (pag. 24, 25)
De dreiging In de Atlantische Oceaan is de dreiging van vijandelijke onderzeeboten en oppervlakteschepen sterk verminderd. De risico's in (potentieel) onstabiele regio's, zoals de Balkan, het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn echter allerminst weggevallen. Omdat de Nederlandse krijgsmacht in de toekomst ook in die gebieden ingezet moet kunnen worden, dient ons land te beschikken over het vermogen zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten te bestrijden ter bescherming van de eigen maritieme middelen en transportschepen, alsmede van koopvaardijschepen. Bovendien is sinds de Koude Oorlog de prioriteit verschoven van oorlogvoering op de Atlantische oceaan naar operaties in kustgebieden zoals bij het voormalige Joegoslavië. In deze gebieden kan de opponent in de nabijheid van de (eigen) kust volstaan met relatief weinig en eenvoudige middelen, terwijl het opereren voor de eigen eenheden extra veeleisend is, onder meer door de grote dichtheid van het civiele lucht- en scheepvaartverkeer.
Rol van de Koninklijke marine De marine speelt door presentie met eenheden een rol bij het ondersteunen van de diplomatie, bij het voorkomen van gewapend geweld en bij vredesoperaties. Marine-eenheden zijn bij operaties buiten Navo-verdragsgebied vaak als eerste ter plaatse, zonder dat de integriteit van het grondgebied in de desbetreffende land wordt geschonden. Als afschrikking onvoldoende is, kunnen marine-eenheden operaties op land direct beïnvloeden met wapens of door het (dreigen met) landen van ingescheepte mariniers. Daarnaast kunnen marine-eenheden onder meer met hun sensoren, wapensystemen, C2-mogelijkheden en met het strategisch transport een belangrijke bijdrage leveren aan de ondersteuning van operaties op het land.
De omvang van de Koninklijke marine is gericht op de inbreng van kleine, kwalitatief goede modules in internationale samenwerkingsverbanden. Als Nederland met de eenheden die het bijdraagt aan internationale coalities niet op een te laag organisatorisch niveau afhankelijk wil zijn van bondgenoten, moeten die eenheden in ieder geval zichzelf kunnen beschermen. De Koninklijke marine moet daarom nog steeds zelf kunnen beschikken over expertise en middelen voor de bestrijding van zowel onderzeeboten als oppervlakteschepen. Dit geldt zowel bij algemene (bondgenootschappelijke) verdediging als bij crisisbeheersing- en vredesoperaties.
De rol van de fregatten Fregatten kunnen in het kader van vredesoperaties worden gebruikt om bescherming te geven aan maritieme verbanden. Dit kan een amfibisch verband betreffen, een konvooi van koopvaardijschepen, een vliegdekschip of een groep van mijnenbestrijdingsvaartuigen. Daarnaast kunnen fregatten zelfstandig op kleine schaal operaties uitvoeren. Zij kunnen zich snel verplaatsen en beschikken over een veelheid van wapensystemen, waaronder een helikopter. Bovendien is de bemanning van een fregat in staat om assistentie te verlenen. Bij de humanitaire hulpverlening in Honduras (1998) was bijvoorbeeld een fregat voor de kust nodig om de inzet van mariniers voor de hulpverleningsoperatie te leiden en logistiek te ondersteunen. Ook zijn er op de fregatten medische faciliteiten aanwezig.
De rol van de Orion maritieme patrouillevliegtuigen Maritieme patrouillevliegtuigen leveren een essentiële bijdrage aan verkenningen boven, op en onder water. Daarom zijn ze onmisbaar voor zowel de bestrijding van oppervlakteschepen als de onderzeebootbestrijding. Bovendien neemt in de veelal kustgebonden operatiegebieden in het algemeen de behoefte aan waarnemingscapaciteit toe. Met geringe aanpassingen zijn de maritieme patrouillevliegtuigen bovendien in te zetten voor verificatiemissies boven land (Kosovo).
Het Orion maritieme patrouillevliegtuig is bovendien bruikbaar voor nationale taken met een breder maatschappelijk belang, zoals de kustwacht, de milieu-inspectie, de opsporing en redding en gewondenvervoer. De opsporings- en reddingsdienst (OSRD) op het Nederlandse deel van de Noordzee is een nationale verantwoordelijkheid. De Orions spelen hierbij een cruciale rol, in samenwerking met helikopters en fregatten. De behoefte aan maritieme patrouillevliegtuigen voor kustwachttaken en drugsbestrijding neemt toe. De permanente stationering van deze vliegtuigen in de Nederlandse Antillen en Aruba is hiervan een gevolg.
De rol van onderzeeboten De omvang van de Onderzeedienst is met de Defensienota 1991 aangepast aan de situatie na het einde van de Koude oorlog en verkleind van zes onderzeeboten naar vier. Omdat Nederland beschikt over eigen expertise en oefenmogelijkheden met onderzeeboten kan het kwalitatief hoogstaande maritieme modules leveren die flexibel zijn in te passen in internationale verbanden. Zie in dit verband ook het antwoord op vraag 143. Daarnaast zijn onderzeeboten geschikt voor het (onopgemerkt) verzamelen van inlichtingen, ook in gebieden die voor andere eenheden niet of slechts met aanvaarding van grote risico's toegankelijk zijn of waar het bekend maken van de aanwezigheid van eenheden niet gewenst is. Daarmee leveren onderzeeboten een bijdrage aan zowel de klassieke verdedigingstaak als crisisbeheersingsoperaties. De feitelijke inzet van onderzeeboten voor crisisbeheersingsoperaties is opgenomen in het overzicht in het antwoord op vraag 97.
In de Navo is er schaarste aan moderne conventionele onderzeeboten als oefendoel. Het leveren van onderzeeboten om mee te oefenen is daardoor niet alleen van belang voor Nederland, maar ook voor het bondgenootschap. Hierbij is sprake van wederzijds nut: door het beschikbaar stellen van onderzeeboten als oefendoel voor operationele zeetraining van bondgenoten, kan de Koninklijke marine gebruik maken van middelen van bondgenoten voor het opwerken van Nederlandse oppervlakteschepen.
De kosten van onderzeeboten Bij de Onderzeedienst werken 364 mensen. De exploitatie van de Onderzeedienst bedraagt ongeveer ƒ 60 miljoen per jaar. Hiertegenover staan de kosten die gemaakt moeten worden als Nederland niet over eigen onderzeeboten zou beschikken. De Koninklijke marine zou dan namelijk onderzeeboten in moeten huren voor het opwerken van oppervlakteschepen. De huidige oefenbehoefte legt beslag op minstens twee onderzeeboten per jaar.
De onderzeeboten van de Walrus-klasse zijn in de jaren 1990-1994 in dienst gekomen. Omstreeks 2009 is een moderniseringsprogramma voor deze boten voorzien. Vervanging is nog niet aan de orde. De opbrengst van een eventuele verkoop van de onderzeeboten is moeilijk te schatten.
Proliferatie Sinds 1989 is het aantal onderzeeboten van de landen van de Navo (inclusief Nederland) en het voormalige Warschaupact afgenomen. In diezelfde periode is het aantal onderzeeboten van de landen daarbuiten echter met 27 stuks toegenomen tot 181. Hierbij is niet alleen de groei van het aantal boten, maar ook de geografische verspreiding ervan zorgwekkend. In totaal zijn er in de wereld 451 onderzeeboten. Naast de Navo beschikken de volgende landen over onderzeeboten: Albanië, Algerije, Argentinië, Australië, Brazilië, Bulgarije, Chili, China, Colombia, Cuba, Ecuador, Egypte, India, Indonesië, Iran, Israël, Japan, Joegoslavië, Kroatië, Libië, Noord-Korea, Oekraïne, Pakistan, Peru, Polen, Roemenië, Rusland, Singapore, Syrië, Taiwan, Venezuela, Zuid-Afrika, Zuid-Korea en Zweden. Een aantal van deze landen heeft dubieuze en/of instabiele regimes en ligt aan voor Nederland en de Navo vitale handelsroutes.
157.
Bij de bespreking van internationale taakspecialisatie worden grote bezwaren genoemd tegen het opheffen van de Onderzeedienst en de MLD of het voorstellen van andere drastische ingrepen in de operationele capaciteit van de krijgsmacht. Bij de bespreking van de Koninklijke marine blijft het specifieke belang van behoud van de Onderzeedienst onbesproken. Kan de regering een overzicht geven van het belang van de Onderzeedienst, waarin ook wordt ingegaan op huidige taken van de Nederlandse onderzeeboten, hun daadwerkelijke inzet bij crisisbeheersingsoperaties, de mogelijkheden om bondgenootschappelijke onderzeeboten in te huren als oefenobject alsmede de financiële consequenties van het eventueel opheffen van de Onderzeedienst? Wanneer zouden investeringskosten moeten worden gemaakt ten behoeve van modernisering en vervanging van de huidige Nederlandse onderzeeboten? Kan een overzicht worden gegeven van de proliferatie sinds 1989 van onderzeeboten in de wereld?
Zie antwoord op vraag 153
Click here to read the complete document
| Do you have any comments, corrections, additions or do you have material like stories, photos or other data available for this or any other page on this website? Then please do not hesitate to contact us at webmaster@dutchsubmarines.com |
|
|
Home | Classes | Boats | Tenders | News | Export |
|
| R&D | Men | Books | Pictures | Links | |||
| Models | M-media | Specials | Forum | Search | Help US ! | ||
| Copyright © 1997-2006 - Design and content DutchSubmarines.com | |||||||